Wil jij ook betere teksten schrijven? Hieronder vind je een aantal tips die je helpen om je tekst klantgericht en duidelijk te maken:

Laat je lezer niet lijden!

Schrijf actief! Mensen die onze schrijftraining hebben gevolgd, weten uit eigen ervaring hoe vervelend een lijdende zin kan overkomen: ‘Er wordt ook van jou gehouden!’. Tja, daar word je niet warm van. Dat effect bereik je dus ook bij je lezer als je van die lijdende zinnen maakt. Tijdens de training oefenen we met verschillende lijdende zinnen. Het blijkt dat ze altijd (ja, echt altijd) om te zetten zijn naar een actieve vorm. Een inspirerend voorbeeld: ‘In Renkum worden nauwelijks nog huizen gebouwd.’ Hoe zet je dit om naar een actieve zin? Heel simpel: ‘In Renkum ligt de huizenbouw nagenoeg stil.’

Tips
Kijk eerst naar het onderwerp van je zin. Waar gaat het precies om? Moet iemand wat doen? Benoem dat dan! En mocht je het echt niet weten, richt je dan nog eens goed op je lezer. Dus in plaats van ‘Op donderdag wordt het huisvuil opgehaald’schrijf je: ‘Zet op donderdag uw huisvuil buiten.’
Kom je er zelf nog steeds niet uit? Vraag je collega om met je mee te denken.

Hopende u hiermee voldoende af te hebben gescheept…

De afsluiting van je brief is belangrijk. Het is het laatste wat je lezer van je ziet. Maak dat dus vriendelijk en beleefd en stop met die afscheepformuleringen!

Wat doe je dan als je je verhaal hebt verteld? Geef nog even aan waar je te bereiken bent (en wanneer, met al die mensen die in deeltijd werken tegenwoordig).

Je afsluiting wordt dan: ‘Hebt u nog vragen over deze brief? Dan kunt u mij bellen…’ Geef hierna je contactgegevens, eventueel ook je mailadres. Ook al staan je gegevens onderaan de brief in de voettekst, je noemt ze toch. Je wil het namelijk makkelijk maken voor je lezer.

Wat voorbeelden:

Hebt u nog vragen, dan kunt u contact opnemen met … Hebt u nog vragen, dan kunt u mij altijd bellen. Graag ontvang ik vóór 1 september 2014 uw inschrijvingsformulier. Wilt u meer informatie, …

Als je wollig wilt zijn, brei dan een trui!

Ken je dat? Je moet iets schrijven voor je werk. Maar het lijkt zo simpel op papier te staan. Kan dat wel? Is deze tekst niet al te makkelijk? Nee!

Maak je lezer blij met een brief of tekst zonder moeilijke woorden. Bespaar inkt en papier door kort en bondig te formuleren. Zorg dat je de volgende woorden in elk geval niet gebruikt:

Aangezien (omdat)

Derhalve (daarom)

Door middel van (met)

Kip met trui

Als je wollig wilt zijn, brei dan een trui!

Inzake (over)

Ten behoeve van (voor)

Teneinde (om)

Omtrent (over)

Met betrekking tot (over)

Te (in)

Op internet kun je allerlei lijstjes vinden die je alternatieven geven voor drakerige ambtenarentaal. Of vraag je collega om met je mee te denken!

Agent met armen over elkaar

Moeten? Moeten? We moeten niks!

Soms kom je er niet onderuit: je lezer moet iets. Dat staat niet leuk. Dus gebruik je ‘dienen te’ omdat dat net wat neutraler lijkt te zijn. Maar of dat nou beter is? Dit dilemma kun je heel gemakkelijk vermijden. Onze mooie taal kent namelijk een gebiedende wijs. En als je die gebruikt, hoef je niks te ‘moeten’of te ‘dienen’.

Wat voorbeelden: ‘Zet uw huisvuil op tijd aan de straat.’ ‘Lever uw oude paspoort op tijd in.’ Soms moet je ook laten zien wat de gevolgen zijn als mensen bijvoorbeeld hun huisvuil niet op tijd buiten zetten (of juist te vroeg). Dat formuleer je zo:‘Zo voorkomt u dat….’ Dus de vorm is: ‘Doe dit, zo voorkomt u dat…’ Voordeel: je blijft vriendelijk, maar je bent wel beslist.

Dus:‘Zet uw huisvuil pas ’s ochtends aan de straat. Zo voorkomt u dat dieren uw afval over straat verspreiden (en de hele buurt weet dat u uw boodschappen bij de Aldi haalt).

Klopt klopt….

Da’s mooi! Inleidingen zijn voor veel mensen het lastigste deel van de hele brief. Zeker als je geen zin hebt om een standaardformulering te gebruiken. De Klopt-klopt-da’s mooi formule helpt je om snel een inleiding te maken waarmee je ook nog laat zien dat je jouw lezer centraal stelt.

Hoe pak je dat aan?
Stap 1: Neem een feit waarvan je zeker weet dat je lezer het kent. Gebruik bijvoorbeeld een contactmoment of de straat waar iemand woont. Dus: ‘Op 3 januari schreef u ons een brief.’ ‘U woont in de Narcisstraat’. Je lezer denkt:‘Klopt!’

Stap 2: Zeg iets over de inhoud van het contactmoment of gebruik een inhoudelijk feit. Belangrijk hierbij is dat jij moet weten dat jouw lezer het ook weet! Dus: ‘U klaagde over de slechte staat van de stoeptegels.’ ‘In uw straat liggen de stoeptegels erg scheef.’ Je lezer denkt weer: ‘Klopt!’

Stap 3: Benoem de vervolgstap of de boodschap van je brief. Dus: ‘Wij komen volgende week de tegels vervangen door nieuwe.’ Je lezer denkt: ‘Da’s mooi!’

Je kunt ook een teleurstellende boodschap in deze regel zetten. Dan denkt je lezer dus helaas wel wat anders…

Wil je nog meer tips? Vraag dan voor €6,- mijn handige boekje met schrijftips aan via het contactformulier!