Ken je dat liedje nog, ‘Pa’, van Doe Maar? Daar komt een hele belangrijke tip uit, die ik in al mijn trainingen en workshops meegeef: Zeg u! Of je of jij natuurlijk, dat mag ook. Meestal is een percentage van 80 procent ‘je/jij/u’ en 20 procent ‘ik’ of ‘wij’ een mooie om naar te streven.

Tijdens het geven nan mijn trainingen merk ik wel dat het voor veel mensen lastig is. Het kan een hele worsteling zijn om op deze manier te gaan ‘omschrijven’. Als medewerker van een organisatie ben je namelijk al snel geneigd om vanuit die organisatie te schrijven. Maar daarom geef ik tijdens mijn trainingen altijd een nog belangrijkere tip: begin je zin gewoon met u! Want dan weet je zeker dat jij bezig bent met degene die jouw tekst voor de neus krijgt.

Als je dan ook nog vanuit het belang van diegene kunt denken en werken, ben je helemaal geweldig bezig. Dat vraagt wel om extra denkstappen. Een voorbeeldje:

‘We voeren beleid uit rondom groen in de wijk om klimaatbestendiger te zijn.’ of:

‘U krijgt een groenere wijk zodat u minder last heeft van hitte en wateroverlast.’

Zie je het verschil? De tweede zin laat heel goed zien wat een inwoner van dat beleid gaat merken. En daar worden inwoners meestal blijer van… Maar ja, dan moet je wel kunnen inschatten waar een inwoner eigenlijk blij van wordt.

Het helpt je om echt even in de schoenen van de lezer te gaan staan. Als jij diegene was, wat zou jij dan belangrijk vinden? Waar denk jij als eerste aan als je door de bril van een inwoner kijkt? Wat houdt jou bezig na je werk?

Door even uit je rol van ambtenaar of medewerker te stappen, kom je vaak al veel verder. Heb je hier veel moeite mee of ken je collega’s die wel eens een ander brilletje op mogen zetten? Wil je dit zelf leren toepassen? Neem dan je eigen tekst mee naar mijn workshop. We gaan samen oefenen met schrijven vanuit de lezer, zodat jij straks precies weet hoe je van beleidstaal begrijpelijke, mensgerichte taal maakt.